';
Herkomst |
De driekleur papegaaiamandine of blauwmasker papegaaiamandine behoort tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae). Ze leven in het wild in Noord-Australië, Nieuw-Guinea en Indonesië Vooral op graslanden, maar ook aan de randen van regenwouden en rond landbouwgrond. Daar leven ze vaak in grote groepen. |
Afmetingen |
Zo’n 13cm, inclusief staart. |
Uiterlijk |
Ze zijn overwegend donkergroen (buik, rug, vleugels en achterhoofd), met een kenmerkend blauw masker (voorhoofd en wangen). De stuit en bovenkant staart zijn roodbruin en de onderkant van de staart is meer grijsbruin. |
Geslachts verschil |
Man en pop zijn sterk gelijkend, waarbij de mannetjes iets feller gekleurd zijn dan de popjes. Maar het grootste verschil is te zien aan blauwe masker, dat bij de mannetjes intensiever van kleur is en verder doorloopt op het kopje. |
Kleuren |
Er bestaan al enkele kleurmutaties: lutino, geel zwartoog, cinnamon, aqua en bont. |
Huisvesting |
Ze kunnen zowel in een sierkooi, in een kweekkooi, als in een binnen volière gehouden worden. Ze kunnen per koppel gehouden worden, of in een grotere kooi of volière met meerdere koppels bij elkaar. Let op bij de combinatie van meerdere soorten papegaaiamandines omdat deze eenvoudig kunnen kruisen. |
Broedvoorzieningen |
Het ideale nest is een halfopen nestkastje van ongeveer 12 x12 x 12cm. Of een exotenkorf in pitriet of kokos. Dit zullen ze afwerken met nestmateriaal voor exoten (jute – kokosvezel – sisal – dierlijk haar). Ze accepteren zelfs grotere nestblokken, deze zullen ze helemaal volbouwen met nestmateriaal. In een beplante volière kunnen ze ook zelf een nest maken in een struik. |
Kweek |
Nadat het koppeltje gevormd is en het nestje gebouwd, zal het popje beginnen leggen. Het popje zal meestal 4 of 5 eitjes leggen en vanaf het 4e ei beginnen broeden. Beide ouders zullen afwisselend broeden, terwijl de andere in de buurt blijft en na 12 tot 14 dagen komen de eitjes uit. Na ongeveer 24 dagen kunnen de jongen het nest verlaten, maar ze zullen wel nog 14 dagen door de ouders gevoerd worden (de laatste dagen enkel door de man) tot ze volledig zelfstandig zijn. |
Voeding |
Het hoofdvoer bestaat uit een zaadmengeling voor tropische vogels, aangevuld met onkruidzaden en Japanse millet. Ook trosgierst zullen ze sterk appreciëren. En grit (of maagkiezel) en sepia moeten altijd aanwezig zijn. |
Bijzonderheden |
Ze nemen graag een bad, dus voorzie dat ook regelmatig. |